gesponsorde blog hemelsblauw advertorial

Zo donker!

Toen ik vorig jaar de sleutel van ons huisje kreeg, dacht ik alleen maar aan welke kleur ik op de muur wilde en welke meubels er zouden komen. Ik vergat één van de belangrijkste dingen in huis, namelijk: licht! Vandaag laat ik je zien hoe je een goed lichtplan kunt maken.

Lichtplan

De hoeveelheid licht die je in huis hebt bepaalt de sfeer in huis. Een donkere kamer kan knus zijn of je somber maken. Een lichte kamer kan je een fris en vrolijk gevoel geven, maar kan ook koud ogen. Het wordt weer eerder donker buiten en daardoor merk je steeds eerder op de dag of je lichtplan wel goed op orde is. In een aantal stappen wil ik je laten zien hoe je een lichtplan kunt samenstellen. Ik geef je ook wat persoonlijke tips voor de ideale sfeer.

Stap 1

Voor een goed lichtplan is het handig om te bedenken welke functies de ruimte heeft die je wilt verlichten. Waar gebruik je de ruimte het meest voor? Welke sfeer moet het uitstralen? Wat wil je daar graag doen en hoeveel licht heb je daarvoor nodig?

Daarnaast heb je verschillende soorten licht:

  • Basisverlichting: Deze verlichting zorgt ervoor dat er over het algemeen genoeg verlichting is in de ruimte. De ruimte moet hierdoor egaal en niet al te fel (diffuus) verlicht worden. Het licht valt niet op en geeft weinig schaduw. Het lijkt eigenlijk het meest op daglicht. Basisverlichting heeft vaak een hoge lichtopbrengst en heeft een goede balans tussen direct en indirect (via muur of plafond) licht.
  • Werkverlichting: Deze verlichting is heel gericht, denk aan de lamp boven de eettafel of een leeslamp naast de bank. Het is handig als je deze lampen kunt dimmen, want je hebt niet altijd veel licht nodig. Voor werkverlichting is het wel belangrijk dat je niet in de lichtbron kijkt en dat de lamp weinig schaduw achterlaat.
  • Accentverlichting: Deze verlichting gebruik je om dingen in de kamer te laten opvallen. Denk hierbij aan een spot op een schilderij of bijzonder object in de ruimte.
  • Sfeerverlichting: Deze verlichting heeft niet perse een functie, het is er vooral voor om een mooi effect aan de ruimte te geven. Deze lampen hebben vaak weinig lichtopbrengst en vallen op door de vorm. Ze zijn de eyecatcher in het interieur. Kaarsen vallen ook onder deze categorie.

Stap 2

Maak een plattegrond van de ruimte op schaal op een wit vel. Zorg ervoor dat je de meubels en objecten er in schaal in zet.

Stap 3

Teken op een los blaadje icoontjes voor activiteiten die je in ruimte wilt doen. Teken bijvoorbeeld een boekje als icoon voor lezen en een PC als icoon voor werken etc. Knip de icoontjes uit en leg ze op de juiste meubels of plek in de ruimte. Van sommige icoontjes heb je er misschien meer dan één nodig en op sommige plekken in de ruimte wil je misschien meerdere activiteiten doen. Leg de icoontjes dan dicht bij elkaar. Op deze manier krijg je overzicht waar je wat voor soort licht nodig hebt.

Stap 4

Misschien heb je al verlichting in de kamer en wil je die graag houden. Neem die verlichting dan mee in je lichtplan. Teken de lamp op de plek waar hij zich bevindt. Om aan te geven hoe ver jouw lichtbron schijnt is het handig om deze stap s’avonds te doen. Zet één lamp tegelijk aan en bekijk tot waar de verlichting schijnt. Pak een passer en houd het scherpe puntje in het midden van de lamp op de tekening. Houdt het potloodpuntje van de passer op de plek tot waar je lamp in de ruimte schijnt. Maak een cirkel. Doe dit bij al je lampen die je wilt houden. Het is handig om de cirkels in te kleuren met 1 kleur, maar om in de manier van inkleuren te verschillen om de lichtsterkte aan te geven. Duw bij diffuus licht heel licht en bij fel licht hard op het potlood. Zo worden ook de lichtsterkten inzichtelijk.

Stap 5

Waar mis je nog (een soort) licht? Begin met het plaatsen van het basislicht. Een vloerlamp of een lamp aan de wand zijn goed als basisverlichting. Als je niet zo flexibel bent in waar je de lampen kunt plaatsen (stroom), moet je daar natuurlijk wel rekening mee houden.

Stap 6

Plaats vervolgens de sfeerverlichting en accentverlichting. Sfeerverlichting werkt het beste door lichte en donkere plekken goed af te wisselen.

Stap 7

Als laatste plaats je de werkverlichting. Waar je wilt lezen en wilt werken voeg je werkverlichting toe. Je kunt ook kijken of je basisverlichting en werkverlichting op sommige plaatsen kunt combineren.

Stap 8

Nu is het tijd voor de leukste stap. De lampen uitzoeken! Ik heb mijn inspiratie opgedaan door webshops met veel verlichting te bezoeken, zoals Lampen24. Ik ben zelf helemaal fan geworden van de Philips Hue lampen. Bij deze lampen kun je de kleur voor elke gelegenheid aanpassen, kun je van een afstand al het licht in de ruimte bepalen en kun je eindeloos variëren. Je betaalt er wat voor, maar dan heb je ook wat!

Stap 9

Kun je zelf nog helemaal bepalen waar de stroom moet komen, zorg dan wel dat je goed nadenkt waar je de aansluitpunten wilt hebben, voor je verder gaat met de bouw van de ruimte.

Extra tips

  • Een oudere heeft veel meer licht nodig, dan een jongere. Denk daar aan!

  • Een goed lichtplan bestaat uit contrasten. Licht niet alles uit, maar zorg ook voor schaduwplekken. Je wilt geen TL-buizen ruimte.

  • Binnen het lichtplan kun je ook met verschillende hoogten werken. Zo licht je steeds op een andere manier een object uit in de ruimte.

  • Je kamer groter laten lijken? Kies voor indirect licht dat schijnt via een muur of plafond.

  • Kies lampen in de vorm, kleur en uitstraling zoals deze bij je interieurstijl passen. Zorg ervoor dat de meubels en gordijnen mooi aansluiten bij de lampen die je kiest.

Heb jij al eens een lichtplan gemaakt?

Deel het resultaat met ons via Facebook of Instagram. Wij zijn erg benieuwd!